Om U een indruk te geven hoe het er in de praktijk toegaat, kunt u hier enkele praktijkverhalen lezen. Vanuit het oogpunt van privacy geen verhalen uit eigen praktijk, maar van een collega kindertherapeut(e).

Jasper (5 jaar)

Jasper wordt door zijn ouders aangemeld op advies van school, omdat hij erg driftig kan reageren. De eerste twee sessies worden gebruikt om te onderzoeken wat Jaspers klacht is. Tijdens deze sessie vecht Jasper met een zwaard en slaat flink op de boksbal. De therapeut stelt tijdens dit spel vragen over vechten, verdedigen, beschermen, aanvallen. De volgende sessie wordt hij uitgenodigd om zijn “eiland” te tekenen. Er komt een kasteel met een flinke slotgracht er omheen en een stevig hek voor de poort waarop staat “VERBODEN TOEGANG”

In het kasteel woont een klein ventje van 4. Dat heeft veel verdriet, maar dat mag niemand weten. Zijn lievelingsoma is overleden, maar het kleine ventje wil zich stoer gedragen, dan ziet niemand zijn verdriet en heeft hij er ook geen last van.
De therapeute zet dit om in de veronderstelling dat Jasper geen andere manier heeft om met dat gevoel van verdriet om te gaan, dan het af te weren met agressief gedrag.

In een contact met de ouders wordt dit bevestigd. Zijn lievelingsoma is inderdaad op zijn vierde levensjaar overleden.

De volgende sessies wordt gewerkt aan dit weggezette verdriet en kan Jasper erover vertellen en dit verdriet over zijn oma verwerken. Het agressieve gedrag is daarna verdwenen.

Niels (8 jaar)

Niels wordt door zijn ouders aangemeld met de volgende klacht; Niels functioneert niet goed op school. Hij gaat er ook niet graag naar toe. Hij lijkt erg onzeker en komt daardoor niet tot goede prestaties. Ouders en leerkrachten voelen aan dat hij het beter kan, maar Niels laat dit niet zien. Er wordt al gesproken over een andere school.

In de eerste drie sessies blijkt Niels erg onzeker te zijn over zichzelf. Hij voelt dat hij vast loopt als hij iets “moet” doen op school. De therapeute stelt veel vragen over wat er dan precies gebeurt, hoe Niels zich dan voelt en hoe er op hem gereageerd wordt. Niels vertelt verdrietig dat andere kinderen hem dan ook plagen en dat hij dan helemaal in de put zakt.

De volgende vijf sessies worden besteed aan het sterker maken van Niels. Zodat hij met meer zelfvertrouwen naar zichzelf kan kijken. Er worden spelletjes gedaan om naar zijn positieve kanten te kijken en deze op zijn manier in te zetten op het moment dat er iets van hem gevraagd wordt op school. Ook wordt gekeken via rollenspelen hoe hij het beste kan reageren op plagende kinderen. Het sterker maken van Niels heeft ertoe geleid dat hij op school veel beter tot zijn recht komt en volwaardiger benaderd wordt door andere kinderen.

Anne (13 jaar)

Anne wordt aangemeld door haar ouders. Zij kan vreselijk geïrriteerd schreeuwen m.n. tegen haar moeder en dit loopt altijd op ruzie uit. Het lijkt wel alsof Anne niets van haar moeder kan hebben.

In de eerste en tweede sessie wordt het kind en de klacht verkend. In de derde en vierde sessie de relatie belicht tussen moeder en dochter gezien vanuit het kind. Door middel van een spel met kaartjes blijkt dat Anne er enorm van baalt, dat haar moeder haar weinig ruimte geeft. Zij kan naar haar moeder toe haar grenzen alleen nog maar aan geven door te schreeuwen.

In de vijfde en zesde sessie wordt gewerkt aan een manier hoe dit wel en anders kan. Hierin wordt ook de moeder van Anne betrokken. Op initiatief van het kind en met hulp van de therapeute wordt een plan bedacht, wanneer Anne met rust gelaten wil worden en op een later tijdstip iets aan haar moeder wil vertellen. Een bepaald woord en teken wordt hiervoor ingezet.

Bij de nazorg blijkt dat dit bij beide goed werkt en dat het contact tussen moeder en dochter rustiger en beter is geworden en vaak het afgesproken woord en teken niet meer nodig is.